.

.

Radioactiviteit

Hoe wordt het risico op gezondheidsschade door radioactieve straling bepaald?

Alfa-, bèta- en gammastraling hebben verschillende effecten in het lichaam. Om hiermee rekening te houden, vermenigvuldigen stralingsdeskundigen de door het lichaam geabsorbeerde stralingsdosis met een bepaalde factor. Het getal dat daaruit rolt, wordt uitgedrukt in Sievert (Sv). De Sievert is een maat voor het risico op gezondheidsschade door straling. Een voorbeeld uit de natuur: een noot die uit een notenboom valt, zal op de hoofdhuid niet leiden tot een blauwe plek, een zware appel daarentegen wel. Dit zou bij radioactiviteit leiden tot verschil in het aantal microSieverts. Omdat het meestal gaat om lage doses, wordt vaak de millisievert (een duizendste Sievert) of de microSievert (een miljoenste Sievert) gebruikt. De achtergrondstraling die Nederlanders jaarlijks oplopen door onder meer verval van het radioactieve radongas uit de bodem en bouwmaterialen, door medisch onderzoek en kosmische straling bedraagt 2,5 milliSievert per jaar.

Natuurlijk is ook van belang hoeveel noten of appels er uit de boom vallen. Dit wordt in het geval van radioactiviteit uitgedrukt in de eenheid Becquerel (Bq); 1 Bq betekent dat er iedere seconde 1 atoom vervalt. De Bq is een maat voor radioactiviteit in voedsel, lucht en water.

Radioactieve of ioniserende straling kan schade toebrengen aan het DNA van cellen met op termijn een verhoogd risico op kanker. Dit risico is bij kinderen groter dan bij volwassenen. Bij een foetus bestaat bovendien een verhoogd risico op het ontstaan van aangeboren afwijkingen. Een vuistregel is dat elke extra 1000 millisievert zorgt voor 5 procent extra kankergevallen.