.

.

Radioactiviteit

Wat is het verschil tussen radioactieve bestraling en besmetting?

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen radioactieve bestraling en radioactieve besmetting. Indien je blootgesteld bent aan radioactieve bestraling dan kunnen daardoor cellen in je lichaam worden aangetast. Bij hogere dosissen kan dit leiden tot het ontwikkelen van kanker of de onmiddellijke dood. Kernstraling is dus gevaarlijk, maar het gevaar is voorbij zodra de bron is uitgezet of opgeborgen. Je kunt dit vergelijken met een klaslokaal waar het licht brandt: zodra de lamp wordt uitgezet is de zichtbare straling (het licht) verdwenen, er blijft niet ergens een restje straling achter. Als je de bron niet direct kunt uitzetten of opbergen dan kun je je beschermen door je verder van de stralingsbron te verwijderen.

Een Radioactieve besmetting wil zeggen dat je effectief een radioactief deeltje OP of IN je lichaam hebt gekregen en je daardoor zelf radioactiviteit gaat uitstralen. Als je het op je lichaam hebt, dan kun je het nog verwijderen door goed te wassen, maar bij inname is dit niet mogelijk. Je kunt radioactief besmet worden door het eten van groenten waarop radioactieve deeltjes zitten, of als er een radioactieve wolk vrij komt bij een kernramp en je effectief radioactieve deeltjes inademt. Radioactieve besmetting is veel gevaarlijker dan bestraling, omdat de besmette persoon de bron bij/in zich draagt en niet kan uitzetten!

Bij een kernramp zoals in Japan of in Tsjernobyl in 1986 kunnen verschillende soorten deeltjes vrijkomen die radioactieve straling produceren. De belangrijkste zijn jodium-131, cesium-137, strontium-90, en plutonium-239. Deze deeltjes komen in meer of mindere mate vrij in de atmosfeer, afhankelijk van de ernst van het ongeval. Bij de kernramp in Tsjernobyl was sprake van een krachtige explosie, waarbij radioactief materiaal tot hoog in de atmosfeer werd geslingerd. Het gevolg was dat de deeltjes zich over grote afstanden verspreidden. Onder invloed van wind, neerslag en gewicht van de deeltjes verschilden vervolgens de concentraties per regio.

Mensen kunnen vervolgens in aanraking komen met de deeltjes door het eten van besmette groenten en fruit, contact met de grond –wat vooral bij kinderen een factor van betekenis is– via de huid en via inademing. Afhankelijk van het soort deeltjes, het type straling en de mate van blootstelling ontstaat er al of niet een risico voor de gezondheid.